Hoeveel vocht mag er in de muur zitten?
Het vochtgehalte in muren kan variëren, afhankelijk van het materiaal en de omgevingsomstandigheden. Over het algemeen worden de volgende richtlijnen gehanteerd voor het vochtgehalte in muren:
- Bakstenen en metselwerk: Voor bakstenen muren ligt het normale vochtgehalte tussen de 5% en 12%. Een vochtgehalte boven de 12% kan wijzen op vochtproblemen zoals opstijgend vocht, lekkages of onvoldoende ventilatie.
- Beton: Bij betonnen muren en vloeren ligt het normale vochtgehalte meestal tussen de 4% en 8%. Een hoger vochtgehalte kan duiden op structurele problemen of vochtindringing van buitenaf.
- Gipsplaten: Voor gipsplaten wordt een vochtgehalte van 0,5% tot 1% als normaal beschouwd. Hogere waarden kunnen leiden tot schimmelgroei en schade aan de gipsplaat.
- Hout in muren: Houten balken en structuren in muren moeten een vochtgehalte hebben tussen de 6% en 15%, afhankelijk van het specifieke gebruik en de omgeving. Te hoog vochtgehalte in hout kan leiden tot schimmel, houtrot en structurele schade.
Het is belangrijk om regelmatig het vochtgehalte in de muren te controleren, vooral als je tekenen van vochtproblemen opmerkt, zoals schimmel, vochtplekken of een muffe geur. Met een vochtmeter kun je snel en nauwkeurig het vochtgehalte in de muren meten en bepalen of er actie nodig is om vochtproblemen aan te pakken.
