Wat moet je strooien na verticuteren?
Na het verticuteren strooi je graszaad, bemesting en eventueel een dunne laag zand of compost over het gazon. Graszaad vult kale plekken op waar het mos en vilt verwijderd zijn, terwijl bemesting de bodem van voedingsstoffen voorziet. Een laag zand of compost verbetert daarnaast de bodemstructuur en zorgt voor betere drainage.
Graszaad strooien voor een dicht gazon
Door het verticuteren ontstaan kale plekken in het gazon waar mos en dood gras verwijderd zijn. Graszaad strooien is noodzakelijk om deze plekken snel weer dicht te laten groeien. Kies een graszaadmengsel dat past bij jouw grastype en de gebruikssituatie van het gazon. Voor een doorsnee gazon heb je ongeveer 20 tot 30 gram graszaad per vierkante meter nodig bij herstelwerk na verticuteermachines hebben ingezet.
Strooi het zaad gelijkmatig uit, direct na het verticuteren wanneer de grond nog los is. Werk het zaad licht in door er met een hark overheen te gaan of door er voorzichtig overheen te lopen. Zo komt het zaad in contact met de bodem en kan het beter ontkiemen.
Bemesting voor stevige wortels
Bemesting na het verticuteren geeft het gras een stevige boost. Het verticuteren kost de grasmat energie en de wortels hebben voedingsstoffen nodig om zich te herstellen. Gebruik een langzaamwerkende meststof met stikstof, fosfaat en kalium. Stikstof stimuleert de bladgroei, fosfaat versterkt de wortels en kalium maakt het gras weerbaar tegen ziektes en droogte.
Strooi de bemesting volgens de dosering op de verpakking. Te veel mest kan het gras verbranden, te weinig heeft onvoldoende effect. Verdeel de meststof gelijkmatig over het gazon, bij voorkeur met een strooiwagen voor een egaal resultaat.
Zand of compost voor betere bodem
Een dunne laag zand of compost werkt het herstel na verticuteren verder in de hand. Zand verbetert de drainage op kleigrond en voorkomt dat de bodem te veel verdicht. Compost voegt organisch materiaal toe en verbetert de bodemstructuur op zandgrond. Voor de meeste gazons is een laag van ongeveer 5 millimeter voldoende.
Verdeel het zand of de compost met een bezem of een brede hark over het gazon. Werk het materiaal tussen de grasplanten in zodat het tot bij de wortels komt. Dit geeft het gras ruimte om nieuwe wortels te vormen en steviger te worden. Bij maaien en verticuteren horen deze nazorgstappen gewoon bij een goede onderhoudscyclus.
Volgorde en timing
De juiste volgorde maakt het verschil. Strooi eerst het graszaad uit, daarna de bemesting en tot slot het zand of de compost. Zo komt het zaad goed in contact met de bodem en wordt het niet bedolven onder een te dikke laag. Water het gazon daarna goed, zodat de bodem vochtig blijft gedurende de eerste weken. Dit helpt het zaad te ontkiemen en de voedingsstoffen op te nemen.
Houd het gazon de eerste drie tot vier weken vochtig door regelmatig te besproeien. Vermijd echter dat er plassen ontstaan. Als het nieuwe gras ongeveer 5 centimeter hoog is, mag je het gazon weer licht betreden en voorzichtig maaien.
